Online Begraafplaatsen 3.0
BeginEngelse Begraafplaats Cemit

Engelse Begraafplaats (Cemitério Inglês), Rua de São Jorge 6, Lissabon

Begraafplaats:
Engelse Begraafplaats (Cemitério Inglês)
Adres:
Rua de São Jorge 6
 
Lissabon
Gemeente:
Lissabon
Provincie:
Estremadura
Coördinaten:
38,715707 -9,159881
Status:
Volledig
Aantal graven:
65 (Inmiddels zijn 17 monumenten verwijderd door ruiming e.d.) Gravenlijst
Aantal personen:
Meest voorkomende namen:
van Weede (4x), Boreel (2x), Dekker (2x), Gildemeester (2x), Muurling (2x), Homan (1x), Hofkamp (1x), Hebing (1x), Haphers (1x), Fagel (1x)

Algemene Informatie

Geopend di.-zo. 9-13 uur. Men dient aan te bellen. Deze, oudste begraafplaats van Portugal dateert van 1724 en verkeert in romantisch vervallen staat. Het overgrote deel van de zerken is moeilijk leesbaar. De enige uitzondering vormen de oorlogsgraven, links van de kerk. Een klein aantal stenen is zeer recent. De hier opgenomen graven liggen verspreid over het kerkhof.
Data werden aangeleverd door Lucas A. Ocken, de afbeeldingen zijn deels verstrekt door Hedwig Heeren en Frank Soetermeer.



Artikel van Lucas A. Ocken over deze begraafplaats:

Een van de oudste nog bestaande begraafplaatsen voor Hollanders in Europa is zonder twijfel de Nederlandse begraafplaats in Lissabon, tegenwoordig - ironie van het lot - beter bekend als de British Cemetery. Gesticht in 1724 aan de rand van de toenmalige stad, ligt de van oorsprong protestante begraafplaats nu bijna hartje centrum aan de noordzijde van het prachtige 19e eeuwse park Jardim de Estrela, tegenover de gelijknamige rococo basiliek. Eenmaal door de poort in de hoge muur waant men zich in een romantisch verleden, in een oase van rust, waar talloze planten en hoge bomen vechten om het bestaan tussen de scheefgezakte monumenten van honderden jaren her.

Al in de 17e eeuw onderhielden Nederland en Engeland intensieve handelsbetrekkingen met het streng katholieke Portugal. Geïmporteerd werd o.a. hout en geëxporteerd werd zout, kostbare waar in die tijd. Protestante begraafplaatsen waren verboden en de lichamen van ter plekke gestorven kooplieden werden naar lokaal gebruik, na middernacht, verzwaard met stenen, in de Taag geworpen. Deze buitenlandse kooplieden waren verenigd in Factorijen en hiervan waren de Engelse- en de Hollandse Factorij de meest belangrijke. Politieke betrekkingen d.m.v. ambassadeurs bestonden, maar feitelijk was vaak de directeur van de factorij ook de consul-generaal van zijn moederland en hij behartigde de belangen van zijn landgenoten ter plaatse. Na vele klachten over de behandeling van protestanten in Portugal greep Nederland de mogelijkheid aan om in het vredesverdrag van 1661 (de teruggave van het door Piet Hein veroverde deel van Brazilië aan Portugal) onder artikel 15 het recht te verwerven op “eene bequame en gelegene plaetse tot begraevinge van haer doden”.
Ook Engeland wist omstreeks dezelfde tijd dit recht te verwerven. Onderhandelingen over plaats en condities namen noal wat tijd in beslag, maar uiteindelijk kon op 29 december 1724 door consul-generaal Abraham Hijsterman de acte worden ondertekend, waarbij de Hollandse natie in eeuwige erfpacht een stuk grond van 1690 M2 werd afgestaan als begraafplaats, grenzende aan een stuk grond dat al op 01 mei 1717 op dezelfde voorwaarden aan de Britse natie was afgestaan. Van Hollandse zijde werd de jaarlijkse erfpacht in eerste instantie voldaan uit de conservatoire kas der Nederlanders, die bestond uit de opbrengsten van contributie op schepen. Deze kas werd opgeheven in 1850, waarna de betalingen in de Rijksbegroting werden opgenomen.

Al gauw bleek de beschikbare grond niet voldoende en op 22 juni 1734 werd door beide naties gezamenlijk nog eens 352 M2 in eeuwigdurende erfpacht toegevoegd aan de twee reeds bestaande percelen. De drie percelen behoorden aan dezelfde eigenaar en evenals in de eerste acte werd ook nu gestipuleerd dat de gebruikers de grond niet mochten vervreemden en dat zij als één gemeenschappelijke begraafplaats zouden worden beheerd. In 1794 werd door de beide naties tezamen een een klassieke stijl opgetrokken chapelle ardente gebouwd, met het opschrift: Surrexit impensis brittannorum et batavorum MDCCXCIV. Door de Napoleontische oorlogen, die in Portugal door de Engelse troepen onder Wellington voor de geallieerden werden gewonnen, ontstond dringende behoefte aan meer grond voor de vele omgekomen soldaten en daarom werd door de Engelsen alléén nog eens een extra perceel in erfpacht verworven. Van deze gelegenheid werd door de toen recent gevestigde joodse gemeenschap van Lissabon gebruik gemaakt om, direct ernaast gelegen, een eigen kleine dodenakker te vestigen.
Van Nederlandse zijde is voor het laatst in januari 1958 erfpacht betaald. Op 14 november 1958 is buiten Nederland om een acte getekend tussen vertegenwoordigers van de Britse ambassadeur Charles N. Stirling en de burggravin van Faial, waarbij deze laatste aangeeft eigenares te zijn van de grond en deze voor altijd verkoopt aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk. Volgens mededeling van de Britse Ambassaderaad in 1972 was het onzeker of de burggravin nog wel eigendomsrecht bezat, maar feitelijk is de totale begraafplaats sindsdien geregistreerd op naam van het Verenigd Koninkrijk. Aan deze notariële overdracht is door of namens Nederland niet deelgenomen en de Nederlandse Ambassade in Lissabon was van tevoren ook niet van de onderhandelingen in kennis gesteld. Na de gedane zaak ontving onze Ambassade een kort briefje van de Britse Ambassade, waarin werd medegedeeld dat jaarlijkse erfpachtbetalingen in de toekomst niet meer behoefden te worden gedaan.






Sfeerinpressie begraafplaats:

Burmester, detail, 1988 Hedwig Heeren

Skull & Bones, detail, 1988 Hedwig Heeren

Statue of child 2, 1988 Hedwig Heeren

Weeping widow, 1988 Hedwig Heeren

Zeegers, detail, 1988 Hedwig Heeren 2

 © Kineo 2005-2017
begin | zoeken | forum | monitor | naamindex | links | contact | FAQ