Gemeentelijke Begraafplaats Ede, Asakkerweg 6, 6718 ZG Ede
Begraafplaats:
Gemeentelijke Begraafplaats Ede
Adres:
Asakkerweg 6
6718 ZG Ede
Gemeente:
Ede
Provincie:
Gelderland
Coördinaten:
52,0531 5,67073
Oppervlakte (plm.):
36.900 m²
Status:
In Bewerking (deel van de
graven ingevoerd)
Gegevens op deze site ³)
Aantal graven:
2.066 Inmiddels zijn 4 monumenten verwijderd door ruiming e.d. Gravenlijst
Aantal foto's:
2.059 (99.66 %)
Aantal personen:
4.267 Personenlijst
Meest voorkomende namen:
Jansen (71x), van den Brink (35x), Heij (28x), van Beek (27x), van Roekel (26x), Veenendaal (24x), van Scherrenburg (24x), van Engelenhoven (22x), Hendriksen (22x), van Dijk (20x)
Laatste wijziging:
06-08-2026 17:15:06
³) Deze gegevens worden incidenteel bijgewerkt, laatste bijwerking was op: 06-08-2026 21:09:25
Contactgegevens Begraafplaats:
Website:
Contact:
Telefoon:
0318-680284
Documenten
Noordelijk deel 2600x2077.jpg (05-04-2026, 1466 KB)
Zuidelijk deel 2600x1846.jpg (05-04-2026, 1485 KB)
Algemene Informatie
Geschiedenis van het begraven in EdeIn de gemeente Ede bevinden zich ongeveer 100 grafheuvels uit de Late Steentijd (5300-2000 v.C.) waarin zich de as van overledenen bevindt. Het latere Klokbekervolk (2450-2000 v.C.) maakte hier individuele graven onder heuveltjes. Daarin zijn ook grafgiften gevonden zoals pijl en boog van de overleden en voedsel. Uit de Bronstijd (2000-800 v.C.) zijn familiegrafheuvels bewaard gebleven. In de eerste periode werden doden begraven in schone grond liggend in Oost-West richting. In de 2e periode werd cremeren steeds gangbaarder en werden aarden kruiken met as bijgezet in reeds bestaande grafheuvels of in heuveltjes bij elkaar.
De eerste Germaanse bewoners (IJzertijd: 750 v.C.-75 n.C.) vormden kleine agrarische gemeenschappen in wat later dorp Ede en omgeving werd. Van hen zijn 10 urnenvelden in de gemeente Ede aangetroffen. Later begroeven zij de as van hun doden zonder urn. Van de Romeinen is een urnenveld aan het Manerpad ontdekt.
Uit de Vroege Middeleeuwen (450-900) zijn geen begraafplaatsen in Ede aangetroffen. Maar in Wageningen vond men een rijengrafveld van de Merovingische Periode (500-750) tot in de Karolingische Periode (750-900). In Rhenen op de Donderberg werd een rijengrafveld ontdekt met 1100 graven van 20 generaties lang (375-750) tot aan de introductie van het Christendom.
De Romeinse keizer Constantijn de Grote bekeerde zich in 312 tot het Christendom en de Merovingische koning Clovis liet zich in 496 dopen. Keizer Karel de Grote (768-814) maakte van het Christendom de staatsgodsdienst waarbij zware straffen golden voor het naar heidens gebruik verbranden van doden.
In het dunbevolkte grondgebied van Ede werden de doden waarschijnlijk begraven buiten hun woongemeenschap, niet ver van de hoeve van de familie. Het platteland werd veel later dan de steden gekerstend. De prediker Willibrord (658-739) was van grote betekenis. De boerengemeenschap Ede zal eerst een houten kapel hebben gehad en later werd op een andere plek de Grote Kerk gebouwd. Volgens de strenge voorschriften van Karel de Grote moesten de doden langs de kerkpaden naar het kerkhof rond de kerk worden gebracht. Begrafenissen vonden plaats op 'de hof' rond de kerk en in de kerk. Eeuwenlang lag de hof als een gewijde plaats rond de kerk in Ede, omgeven door een muur. In de kerk zelf werden honderden doden begraven, en dat waren gegoede mensen.
Op den duur werd het kerkhof rond de kerk zo vol dat men moest overgaan tot ruiming. De schedels en beenderen konden niet vernietigd worden (in verband met de christenlijke overtuiging van de verrijzenis) en werden in een stenen huisje bij de kerk bewaard: het knekelhuis. Uiteindelijk zijn die knekelhuizen verdwenen en kwamen de beenderen in een anoniem massagraf op een nieuw aangelegde begraafplaats terecht.
Doordat kerkhoven en kerken overvol raakten kwam de volksgezondheid in gevaar, vooral bij epidemieën. In de Franse Tijd (1795-1813) werd begraven in de kerk verboden, maar dat verbod werd daarna door koning Willem I opgeheven. In een Koninklijk Besluit van 1827 werd het verbod weer ingesteld en werden bovendien gemeenten met meer dan 1000 inwoners verplicht een begraafplaats aan te leggen buiten de bebouwde kom en de oude begraafplaats rond de kerk te sluiten. Zo werd begraven geen kerkelijke aangelegenheid meer en was er geen sprake meer van een kerkhof maar van een begraafplaats.
Ede kwam deze verpichting na met een nieuwe begraafplaats aan de Paasbergerweg (genoemd begraafplaats achter de Oude Kerk). Deze werd in 1829 in gebruik genomen. Het werd zoals voorgeschreven en rechthoek verdeeld in 4 gelijke delen. Eén deel was voor particuliere graven en een apart stuk werd gererveerd voor kinderen. Op het kruispunt van de 2 paden stond een gedenkzuil van de zeer gewaardeerde predikant Ds. D.A. Detmar.
"De kindersterfte was enorm hoog. .. De begrafenis blijft bijna opopgemerkt. .. Het kleine kind kan door één persoon onder de arm worden gedragen. Meestal is dat de vader. Enkele buren en familieleden vergezellen hem. Er is een klein graf gegraven, waarin het kind ter ruste wordt gelegd. Soms, bij epidemieën, wordt de grafkuil vergroot, zodat er plaats is voor meer kinderen. .. Voor een herinneringsteken is nauwelijks plaats of geld. Zeker niet voor de gewone man. Soms werd wellicht een houten plankje in de grond gestoken om de plaats van het graf aan te geven. Maar plankjes hebben geen lange levensduur. Zo zijn veel kinderen anoniem gebleven.
Hetzelfde gold voor levenloos geboren kindjes. voor hen, maar ook voor ongedoopte kinderen was er eeuwenlang, voor de reformatie, helemaal geen 'groeve'. Geen officiele begrafenis." (Maty Romein.)
Door de groei van Ede moest men 50 jaar later alweer een nieuwe begraafplaats aanleggen. Dit werd de Algemene Begraafplaats (later Gemeentelijke Begraafplaats genoemd) aan de Asakkerweg van 2 ha waar vanaf 1884 begraven werd.
De begraafplaats achter de Oude Kerk werd in de 1960-er jaren vanwege een weguitbreiding gesloten en geruimd. Omdat niet alle rechthebbenden van de oude graven benaderd konden worden zijn talloze doden op de Afdeling Oud aan de Asakkerweg herbegraven. Dit betreft graven Oud.O.045-Oud.O.087 (ook aangegeven bij de grafnummers op deze site).
De Gemeentelijke Begraafplaats kreeg in 1987 een uitbreiding aan de noordzijde van 4 ha. Zo kwam er naast het zuidelijk deel met afdelingen 01-18 een noordelijk deel met afdelingen 19-26. Daarvan is Afd. 25 kinderafdeling de Foetushof en Afd. 26 een natuurbegraafplaats waar niet geruimd wordt. Op 16 september 2000 werd een prestigieuze nieuwe aula geopend, door een lokale krant 'schakel tussen leven en dood' genoemd.
Pastoor Padberg verkreeg in 1915 vergunning van de gemeente Ede tot het aanleggen van een eigen begraafplaats om rooms-katholieken in gewijde aarde te kunnen begraven (de RK Begraafplaats Ede). Dit werd nodig door de in Vluchtoord Ede ondergebrachte Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog maar ook vanwege de komst van vele rooms-katholieke militairen in Ede sinds Ede een garnizoensplaats was geworden.
Crematie was voor de bewoners van Ede lang ongebruikelijk. Men wilde er niet aan, ook vanwege de overtuiging dat het onbijbels zou zijn. Cremeren was in Nederland wel steeds meer mogelijk en werd uiteindelijk in de begrafeniswet van 1991 geheel met begraven gelijk gesteld. De Crematorium Vereniging Nederland wilde in Ede een crematorium bouwen maar dit werd door het gemeentebestuur en de Edenaren fel bediscussieerd. In juni 2005 werd dan toch Yarden Crematorium Slingerbos in gebruik genomen (tegenwoordig Crematorium en Uitvaartcentrum DELA Slingerbos Ede). Anno 2026 wordt al 47% van de overleden Edenaren gecremeerd, hoewel dit wel lager is dan het een landelijk gemiddelde van 68%.
Als reactie op de komst van het crematorium, slechts gescheiden van de Gemeentelijke Begraafplaats door de Slingerboslaan, richtten een aantal reformatorische kerken uit Ede een eigen begraafplaats op ( 'De Meenthof' in Wekerom) waar aanvankelijk geen as mocht worden uitgestrooid of een urn geplaatst.
Bronnen
- Heengegaan - Geschiedenis van de dodenbezorging in de gemeente Ede. Maty Romein. Uitgave van de Gemeente Ede, Gemeentearchief, 2012
- Diverse krantenknipsels verzameld door Vereniging Oud Ede (Gemeentearchief Ede)
Plattegrond - Zuidelijk deel
Plattegrond - Noordelijk deel
Hoofdingang aan de Asakkerweg
Zicht op Afdeling 4
Afdeling 23: Foetushof
Kindergraf uit 196616.E.235-237
Bloemen bij de oorlogsgraven na dodenherdenking
Tegel bij graf 01.I.082-084Heer, sla Uw armen even om mij heen
ik ben verdrietig, mateloos alleen
want wie ik liefhad die ging van mij heen
Zegt U nu: Zet je voeten in Mijn spoor
Ik zal je ondersteunen kind, vecht door
want wie je liefhad ging je enkel voor
Begrafenis van baker Kaatje Braafhart-KoudijsBegrafenis van mevrouw Catharina Braafhart-Koudijs op 22 januari 1930 te Ede. Zij hielp als baker veel Edenaren op de wereld en was als 'Kaatje Braafhart' een bekende figuur in het Ede van weleer. Zij stierf op 103-jarige leeftijd.
Fotograaf onbekend.
Graf Oud.M.011